Terug naar gedichten

verdriet

Ik heb het gevoel van wakker worden, ik sla mijn ogen open en zit op een fiets en sta midden in een open ruimte met een aantal tafeltjes waar mensen bij zitten.
Alles is wit, de vloer, de tafels en stoelen en zelfs de kleding die mensen aan hebben. Het lijkt op een ziekenhuiskantine……
Ik voel me even verward maar dezelfde seconde zegt mijn gevoel waar ik heen moet.
Ik fiets door de open ruimte en vind mezelf opeens op strand. Ik laat mijn fiets achter, want dat fietst zo moeilijk en ga te voet verder.
Het strand wordt na enkele minuten slechts enkele meters breed en ik zie vlak bij de waterlijn.
Het is lekker weer want ik voel de zon op mijn huid schijnen.
Het valt me op dat alle huisjes erg klein zijn en allemaal een met bloemen bezaaide voortuin hebben.
Er schiet een vraag door me heen; raar, het is nu eb en wanneer de vloed opkomt komt alles toch onder water te staan?
Voor mijn gevoel twee tellen later zie ik opeens allemaal haaien in het water. Ze hebben het formaat van hondshaaien en ze zwemmen, net als walvissen, op de kust af.
Terwijl ze op het strand terecht komen probeer ik ze terug de zee in te gooien maar iedere keer komen ze terug.
Er staan mensen om me heen en ik kijk naar ze en vraag om hulp maar ze blijven alleen maar kijken en zeggen dat het allemaal geen zin heeft…….
Uiteindelijk zijn alle haaien weer richting zee verdwenen en ik loop verder. Het strand wordt weer breder, geen huisjes meer en ik loop zo’n kwartiertje tot ik weer een huisje tegenkom.
Ik ga naar binnen en daar zit een man, een terdoodveroordeelde.
Hij mag zijn laatste dagen hier op het strand doorbrengen en ik ga bij hem op bezoek. Dat heb ik me net gerealiseerd maar ik ben niet verbaasd……..
Hij heeft twee bewakers maar hij heeft zijn lot aanvaard dus die zijn vrij ontspannen.
De eerste dag praten we en wanneer de avond valt ga ik naar huis, waar dat geen idee…..voor ik het weet is het de tweede dag en fiets ik weer door de mensenmassa heen.
Ik kom nu geen haaien tegen en loop rechtstreeks naar het huisje waar hij is.
Binnen zitten ze niet, ze zijn aan het zwemmen. De regering heeft een soort van stalen net gespannen om er voor te zorgen dat hij niet kan ontsnappen (waar moet hij heen zwemmen dan glimlach ik in mezelf) en zodat er geen haaien kunnen aanvallen.
Er is een klein vlot wat in het midden ligt en daar staat hij op, naar mij te zwaaien dat ik ook moet komen.
Ik zwem naar hem toe en ga op het vlot liggen zonnebaden.
Opeens ontstaat er paniek, er komen haaien door het net heen, hoe het kan geen idee, het is van staal maar ze zwemmen er zo doorheen.
In paniek zwemmen we naar het strand maar als ik achterom kijk zie ik dezelfde haaien als op het strand de vorige dag.
Ik weet dat ze volkomen onschuldig zijn dus wanneer ik het strand opstrompel lach ik en vertel dat er nix aan de hand is.
Dit was zijn laatste zwempartij, morgen gaat het gebeuren.
Het apparaat staat achter het huisje, een stoel met daaraan een dun ijzeren raamwerk waar gekleurde ballonnen aan vast zitten.
Ik vraag me af hoe het werkt.
Die avond maken we een kampvuur en ik voel me tot hem aangetrokken. Maar omdat ik weet dat hij morgen dood zal gaan ga ik weg voordat de spanning teveel wordt.
De volgende ochtend het zelfde ritueel, ik wordt wakker in mijn droom en fiets door de mensenmassa.
Ze staan al op me te wachten, ik ben laat maar niet te laat. Hij zit al vastgesnoerd op de stoel maar leeft nog.
Ik kijk hem aan en op dat moment begint hij licht te trillen, twee minuten later is hij dood en dan wordt ik wakker……………..ik voel me verdrietig maar wel op een manier dat ik weet dat het zo goed is......

Bibarules

05-07-2002

bibarules

Geregistreerd op:
05 juli 2002

Initiatief van:

  Bernadette
  Claasje
  helendevink
  Inge *
  Pauline
  Sander

Zelf gedichten insturen kan op:

Gedichtenlog.nl