Terug naar gedichten
Kinderen in de gevangenis
We waren in een soort gevangenis, het was er grauw en er was een gang met deuren die wel half open stonden. In elke celzat een klein kind en ze leken allemaal heel erg op elkaar. Die kinderen zaten daar omdat ze iets moesten leren, zij hadden straf. Bij elk kind was een zwarte hond, die hond hielp hen, hij hielp hen beter worden zeg maar. Maar bij 1 meisje was er nog een hond. de grote hond beet de kleine en het meisje ging boven de kop van de grote hond staan springen. Zij was helemaal buiten zichzelf leek het wel ook best gemeen. Om haar toch te kunnen helpen werd ze in en kelder gestopt, waar het heel donker was en zwart. Zij moest in een hok met een hele gemene hond, er was ook een vuurtje. Wij gingen weer naar de gang en zitten wachten. Na een hele tijd kwam er een klein kindje binnen, zij was hetzelfde meisje van de kelder maar wel veel jonger en zag er heel anders uit, zij was nu heel lief, zij liep op haar moeder af en zij was genezen.