Terug naar gedichten
Herkenning
Iemand pakt mijn arm vast. "Kom, loop over het strand naar De Steen". Er ligt een grote ronde steen op het strand van twee meter hoog en breed. Ik moet mijn handen erop leggen en met mijn oor tegen de steen aan luisteren. Dan voel ik het; hij is aan de andere kant van de steen. Een vreemd gevoel van herkenning kriebelt in mijn maag. Ben jij het?
Ik voer oorlog. Ik ben nu een man. Ik draag mijn pijl en boog en lig in een greppel achter een heg. De vijand houd zich schuil in de bomen. Er komt iemand op mij af. Hij legt een hand op mijn schouder en zijn bruine ogen zeggen welkom terug. Een vreemd gevoel van herkenning en opluchting. Jij bent het!
Ik wordt wakker en probeer te ontdekken of deze persoon ook in dit leven bij mij is. Ik ken hem zo goed. In meerdere levens is hij mijn zielmaatje geweest. Wie ben je? Ben jij het?