Terug naar gedichten
Katten
Ik was in een vreemd huis. In de woonkamer stond een ouderwetse tafel, er waren geen stoelen. Wat deed ik daar, logeerde ik er, paste ik op? Ik liep de keuken in, die grensde aan een balkon. Het was een warme dag, maar de balkondeur en alle ramen waren dicht. Opeens schrok ik van een poes. Ze had
lichtbruine cirkels om het lijf. Ik ben niet bang voor katten, maar dit beest moest weg. Ik jaagde het op richting balkon. De kat ging echter onder de tafel liggen.
Toen zag ik een grote, spetterende elektrische frituurpan op het aanrecht
staan. In die pan dreef een kattenkop, de felgroene ogen waren open. Vreemd, maar ik moest me eerst met die lichtbruine poes bezig houden. Ik opende de balkondeur en het dier schichtte naar buiten. Juist toen ik de deur sloot, sprong een zwarte kat uit de pan. In paniek maakte ze rondjes in de keuken. De eerste kat wurmde zich door het gesloten bovenraampje naar binnen. Door
een kier of zo, op een mysterieuze manier. Ze ging achter de zwarte aanrennen. Ik deed de deur weer open. De beide katten liepen naar buiten en ik werd wakker.
Olaf Korder
http://www.olafkorder.net
gedichten en verhalen