Terug naar gedichten

's Avonds naar het pretpark

Het is laat in de middag en ik loop een beetje over de camping te dwalen. Dan zie ik plotseling een wildwaterbaan. In de wildwaterbaan vaart zo'n rond leeg voertuig. Snel spring ik erin. Ik vind het vreemd dat er niemand in dit voertuig zit. Misschien is hij wel stuk. In de verte zie ik nog zo'n voertuig, waar acht mensen in kunnen, de wilwaterbaan bevaren. Hier zit 1 man in, het is dus gewoon niet zo druk in dit park. Naast mij zie ik een bak die het water weer naar het hoogste gedeelte van de wildwaterbaan toe brengt. Dan gaan we een gebouw in. Ondertussen ben ik al aardig dicht in de buurt van het andere voertuig gekomen. In het gebouw begint de wilwaterbaan pas wild te worden. Ik maak, bijna tegelijk met het andere voertuig, een vrije val van ongeveer twee meter. De versnelling voel ik duidelijk in mijn maag, en ik zie dat die andere man er ook wel even problemen mee had. Toch was dit ontzettend mooi. Er komen nog een paar spectaculaire versnellingen, en dan komen we bij de uitgang. Zouden ze het merken dat ik nooit bij de ingang ben ingestapt? Wanneer ik uitstap zie ik een vrouw een streep zetten op een stukje papier. Ik ben erbij, denk ik, maar ze doet dit bij iedereen die uitstapt. Wanneer ik naar buiten loop zie ik de rij die staat te wachten voor deze attractie. De rij is niet erg lang. Ik ben nu in een pretpark, vlak bij een grote winkelstraat.
Ik weet dat het Six Flags moet zijn, waarschijnlijk omdat ik daar voor het laatst geweest ben. Toch is het nu niet zo druk en kan ik nu proberen in andere attracties te stappen. Maar eerst die grote winkelstraat dat weer doet denken aan een grote stad. Een winkel die modeltreinen verkoopt vind ik ontzettend interessant. In de etalage staan ontzettend veel oude treinen. In de winkel staan de nieuwste treinen die nu ook rond rijden. Ik loop weer verder naar een plein.
Op het plein is een attractie waar het ook niet druk is. Een paar kinderen staan in een kringetje en worden geholpen in de zitjes door de medewerkers van dit pretpark. Ik weet niet waar ik ergens in dit pretpark ben. Ik wil naar een achtbaan toe, want daar stonden de vorige keer uren lange rijen. Ik weet ook niet tot hoe laat dit pretpark open is. Het begint al een beetje schemerig te worden. Zelf denk ik dat hij open is tot tien uur. Dan zie ik een wegwijzer staan. Ik kan kiezen tussen korte achtbanen, of lange achtbanen. Natuurlijk kies ik voor de lange achtbanen. Weer moet ik door een winkelstraat heenlopen.
In de winkelstraat zijn sommige winkels al aan het sluiten. Bij blokker gaat een rolluik naar beneden, en bij het kruidvat komt de eigenaar naar buiten en doet de deur op slot. De eigenaar is in mijn ogen een echte drogist. Een klein baardje en een brilletje. Tijdens de wandeling door de straat kom ik terecht bij een grote groep mensen. Ze volgens een drumband. Waarschijnlijk brengt die drumband ze naar verschillende attracties.
T loopt nu ook naast mij. Tegen hem zeg ik dat we de drumband maar beter niet kunnen gaan volgen, want waar deze stopt zal het druk worden bij die attracties. We verlaten de stoet en rennen mee met een paar jongeren. Ze hebben een attractie gezien waar ze graag in willen. Het begint al donker te worden, en het is nog steeds rustig. Ik raak in gesprek met een van de jongeren. Ik zeg dat we straks bij de achtbanen lekker kunnen doorlopen. Hij vindt een achtbaan 's nachts maar erg eng. De attractie is een soort spin. Verschillende karretjes die draaien op een schijf, en zelf ook weer kunnen draaien. Omdat nog niet plaatsen bezet zijn moeten we nog even wachten. Dan komen er drie mensen aan die tegelijk erin willen. De medewerker vraagt aan ons wie er plaats wil maken voor deze drie mensen. Vreemd genoeg stapt er vervolgens ook nog iemand uit en kunnen de mensen plaats nemen. Ik probeer te vinden hoe we vastgezet gaan worden. Ik zie alleen maar een simpel riempje, dat ik dan ook maar om doe. De medewerker vertelt ons dat we de tassen niet op de 'podium plaatsen' mogen neerleggen. Omdat onze tas, die van T en mij, daar ook ligt stap ik even uit de attractie om de tas bij een hoopje andere tassen te gooien. De jongen die had plaats gemaakt voor de drie anderen denkt dat er nu weer een plaats vrijkomt, maar ik ga alweer zitten.
Het riempje krijg ik eerst niet goed vast. Hij schiet telkens weer los. Wanneer de medewerker de riemen komt controleren, dan blijft deze wel vastzitten. De attractie wordt gestart en begint erg rustig. In de verte zie ik een attractie met hoedjes. Ook is er achtbaan voor kinderen die erg langzaam gaat. Ik weet dat daar in de verte nog een achtbaan moet zijn, maar omdat het donker is zie ik deze niet. "We kunnen straks ook nog naar de botsauto's", zeg ik tegen T: "misschien mogen we wat langer rondrijden, nu het zo rustig is". "Morgen gaan we hier weer naar toe", zegt T terug.
De attractie gaat al wat sneller. Het draaien van de karretjes kunnen we zelf regelen met een draaischijf dat zich in het karretje bevind. Het karretje begint te veranderen. We rijden nu met een soort bureaustoel over een gladde vloer heen. Door aan het einde van de vloer snel het stuur om te gooien gaan we op twee wielen door de bocht heen. De mensen die staan te kijken vinden dit prachtig. Het lukt ons ook om op het rechte gedeelte op twee wielen rond te rijden. Dan vallen we om.
Tijdens het vallen is er iets weggeschoten. Ik ga dit halen. Het is een klein rond wit dingetje dat nu in het water ligt. Ik doe mijn schoenen uit, maar vergeet mijn sokken, en ik loop het water in. Het is niet diep, enkele centimeters. Ik pak het onderdeel en met natte sokken loop ik terug naar de attractie. De attractie is gestopt door de medewerker van het pretpark. Ze vond dat we te ver gingen met het uithalen van stunts. Ik voel mij wel een beetje schuldig. T schudt zijn T-shirt uit, want die zit na de val vol met gras. De medewerker is in een gebouwtje gaan zitten terwijl wij met een groepje gaan eten. "Moet je de tandarts op de camping nog helpen", vragen een paar mensen aan de medewerker. "Morgen", zegt ze:"eerst moeten al die mensen nog verdoofd worden. We hadden een heel brood bij ons, en dat hebben de mensen ook gepakt om op te eten. Dit vind ik niet erg, want ik voel mij nog steeds schuldig. "Het is een lange dag geweest zeker", vraag ik aan de medewerker, maar ik krijg geen antwoord. Het is nu al half twaalf. Ik wil nog naar een achtbaan en vraag aan T of die meegaat. "En het brood?", vraagt hij. Er is nog een half brood over. "Ach, laat maar", zeg ik terug. "En morgenochtend dan?", vraagt T weer. We nemen het brood maar mee, we moeten morgen ook nog eten.

Sander

15-08-2000

Sander


Spiritual

Geregistreerd op:
20 februari 2002

Uit: Oakdale

Initiatief van:

  Bernadette
  Claasje
  helendevink
  Inge *
  Pauline
  Sander

Zelf gedichten insturen kan op:

Gedichtenlog.nl