Terug naar gedichten
De beloning
Ik zweef door een bekende straat. In mijn waakleven kom ik hier vaker. Het verbaasd mij dan ook plotseling een gebouw te zien dat ik helemaal niet ken. Het is een school gebouw, gebouwd op een pleintje. Ik zweef nog een stukje verder door de straat, en merk dat ik aan het zweven ben. Dit is een droom.
Het is nacht, en ik zie een auto met koplampen op mij af komen. Erg vreemd, maar ik wil wel een keer overreden worden. Ik blijf voor de auto staan, en deze ontwijkt mij op het laatste moment. Ik probeer het nog een keer bij een andere auto, maar ook die ontwijkt mij. Dan komt er een fietser aan. Ik gooi de fietser op de grond door iets tussen de spaken van het achterwiel te doen. We vallen beiden op de grond, en komen in gevecht. De fietser is een vrouw die veel sterker is dan mij. Wanneer ze bijna van mij gewonnen heeft, dreig ik wakker te gaan worden. Ik weet dat dit helemaal niet goed is. Het word even zwart, en dan ben ik weer in gevecht met de vrouw. Ik weet nu echter te winnen. We staan beiden op en ze begint mij te zoenen. Ze is niet aantrekkelijk, maar nu weet ik zeker dat alles weer goed is. We staan vlakbij een huis. Er staat een vrouw in de deuropening. Ze moet het huis verlaten, want het huis is van ons geworden. Ik inspecteer het huis. Er zijn een hoop radio\'s waar cassettebandjes inzitten. Tijdens het inspecteren verlies ik de controle van de droom. Hij gaat verder zonder dat ik lucide ben. Ik loop naar buiten. Daar is een vreemd vogel, een kruising tussen een kraai en een uil in nood. Ik zit in een vervolgverhaal. Ik weet dat er in de volgende afleveringen een vreemde vogel voorkwam. Nu krijg ik te zien hoe ze aan die vogel kwamen. We pakken de vogel om hem mee naar binnen te nemen. Dan worden we aangevallen door kraaien die dit niet accepteren. We zijn bijna bij de ingang van ons huis ....