Terug naar gedichten
De vlucht
Ik heb een speelgoeddingetje gemaakt. Het is kleine auto. Wanneer ze hem willen gaan testen komt er allemaal rook uit. De speelgoedautootje is helemaal stuk. De eigenaren zijn een beetje boos op mij. Ze laten zien dat er nog water in zat. Dat vind ik zelf erg vreemd, maar mijn jas is ook nat. De auto is van B. De eigenaar wil dat ik een nieuwe voor haar vergoed, maar ik zeg dat het nog onder de verzekering valt. Ze hebben gelukkig nog een nieuwe voor B. Dan ga daar weg.
Ik loop samen met een klasgenoot naar een fabriekshal, het is de school. Hij verteld dat hij zich nog moet inschrijven. Ik begrijp niet goed wat hij bedoelt, want dit is het laatste jaar hier op school. Hij heeft dan wel papieren nodig, maar die zijn illegaal. We weten dat je ze kan halen in een klas in de grote fabriekshal.
We gaan de grote hal in. Op verschillende plekken wordt les gegeven. Ook zijn er klaslokalen gemaakt. Deze lokalen zijn hoog in de fabriek geplaatst, dus kan je er niet naar binnen kijken. Dat is niet erg, want we weten dat we kunnen vliegen. Ik vlieg even omhoog en zie dat er lesgegeven wordt. We kunnen hier dus niet de papieren ophalen.
Ik zie een leraar in het midden van de hal lesgeven aan een klein klasje. Het is er erg stoffig, en daarom dragen er veel mensen een mondmasker. Ik mag de leraar niet, en wil hem iets bijzonders laten zien. Ik vlieg een paar keer om hem heen, toch is hij hier niet van onder de indruk.
We moeten weg. Samen met een oud-klasgenoot lopen we door de fabriekshal heen. We zijn erin opgesloten. Ik weet nu ook dat alleen ik kan vliegen. Ik wil die jongen wel helpen om ook uit deze hal te ontsnappen.
We rennen een trap op en we komen zo een verdieping hoger. We kunnen niet vanaf deze verdieping ontsnappen, want een groot hek belemmerd de doorgang naar buiten. We gaan snel weer een verdieping hoger. Het gebouw is oud en vies. Ik ken het gebouw, ik ben er vaker geweest, en ik vind het er erg mooi. Op deze verdieping kijken we uit op een grote vuilstortplaats. De vuilstortplaats is overkapt, dus kunnen we hier ook niet ontsnappen. We proberen nog een gang in te lopen, maar dat stort in. Met veel moeite sleep ik me uit het pijn, en sleep de andere jongen met hem mee. Hij heeft echter erg veel aandacht voor zijn mobiele telefoon.
We staan bij te komen, en we zien dat de lift naar boven toe komt. Een donker getinte jongen komt uit de lift. Ik ken hem niet, maar mijn oud-klasgenoot zegt dat het een homo is. Hij begint meteen met mij te vechten. Dit duurt niet lang. Vervolgens laat hij ons een seksblaadje met homo's zien. Het is een verhaal met slechte tekeningen. De jongen houd ons een beetje gevangen. Dan gaat hij weg. Hij loopt op een klein randje langs de vuilstortplaats. Zolang wij hem kunnen zien, kan hij ons ook zien. Dan is hij weg, en we beginnen te rennen. We moeten een verdieping hoger. De oud-klasgenoot wil de lift nemen. Ik stel voor een laddertrap te nemen naar een hoger gelegen richel. Er zijn twee laddertrappen en we beklimmen er allebei één trap. Boven kunnen we door een raam een andere hal inkijken. We zie er een blauwe trein staan. Het is de "hond". Dan komt de andere jongen de trap opgelopen. Ik probeer hem van de trap af te schoppen, maar het wil maar niet lukken. Hij weet zich goed vast te houden. Met mijn tanden probeer ik de jongen nog een heleboel pijn te doen ...