Terug naar gedichten
Kracht van binnen
Werd vanmorgen om ongeveer kwart voor zes wakker. De laatste tijd heb ik voor deze tijd vaak een lucide droom. Mijn eerste gedachte was dus, helaas vandaag niet. Ik probeerde wat met MILD, wat ik al maanden niet meer had gedaan, en plots was daar de droom.
Ik ben in een huis. Het huis is erg licht van binnen, wat komt door de grote ramen en de lichte kleuren. Dit is een droom, dit droomde ik een paar minuten geleden ook nog voordat ik wakker werd. Ik test nog even de realiteit door een sprongetje te maken. Vreemd genoeg kom ik niet van de grond, maar toch weet ik zeker dat ik droom. Bij de tweede poging vlieg ik weg, door het grote raam heen naar buiten. Buiten kan ik niet erg hoog gaan vliegen. Een soort dak houd mij tegen.
Ik ben op een groot plein. In een grote boog staan allemaal winkels. Een paar mensen spreek ik aan. Sommigen stellen zich voor, ze interesseren mij niet. Dan komt er een vrouw huilend naar mij toe. Een jongere man spreekt mij aan. "Mijn moeder is ziek, je moet haar helpen". Hij verteld mij dat zij 'ziek' bloed heeft. Ik zeg haar dat de kracht van binnen zit. Ik wil het wel voor haar gaan zingen, alle kracht zit van binnen! Dan hoor ik gezang. Het zijn de mensen op het plein die samen een koor gevormd zijn. Ze zingen over de kracht. Dit geeft de vrouw energie, en ze kan weer lachen. De vrouw doet mij nu denken aan een vrouw die ik van gezicht helemaal niet ken. Een vrouw die ook ziek is, en ongelofelijk sterk. De jonge man is haar kind. Ik zie T. nog lopen en vraag aan hem hoe die vrouw heette. Hij zegt het, maar nu ben ik het weer vergeten
Ik ben nog steeds op het plein. Ik zie een vrouw met een klein voertuig veel schade bij anderen aanrichten. Ze rijd met haar voertuig tegen veel auto's aan. Ik vlieg naar haar toe om haar te helpen. Achterop het voertuig neem ik plaats. Ik vraag haar of ze mij naar de overkant naar het plein wil brengen. Tijdens die rit rijden we bijna een fietser omver. Er is werkelijk niets met deze vrouw te beginnen, en we eindigen tegen een boom.
Ik hoor dat sinterklaas er weer is. Ik wil het spel voor de kinderen in deze droom graag meespelen, vooral voor de jongen van die zieke vrouw. In de verte zie ik een speelgoedwinkel, daar zijn vast ook kinderen. In de winkel zijn inderdaad kinderen, en ik wil een geintje met ze gaan uithalen. Helaas kunnen ze door de stellingen met speelgoed heen kijken, en zien ze mij staan. Ik vraag ze waar sinterklaas woont. "In Turkije", is het antwoord. Ik bedoelde eigenlijk waar hij nu was, in Nederland, in mijn droom. De andere jongen geeft al antwoord voordat ik geantwoord heb. "Op de grote markt, soms op het houtplein". Dit zijn plekken uit mijn waakleven. Ik wil hier wel naar toe. Dan ontmoet ik eerst sinterklaas, en dan ga ik hem zelf spelen. Toch zit ik een beetje gevangen op het plein. Er zit nog steeds een soort dak boven. Dan merk ik een gat in het dak, waar ik de lucht door kan zien. Ik vlieg door dat gat naar buiten.
Ik ben voor mijn huis, uit mijn waakleven. Stijgen gaat erg moeilijk. Ik kom zelfs nog een paar lijnen tegen. Gelukkig zijn het er nu maar twee, die ik makkelijk ontwijk. Hoger vliegen wil maar niet lukken. Dan hoor ik een radiozender. "Mensen, de printer is weer kapot". In de verte kan ik de kerk zien aan de grote markt. "Uit de printer is weer een geel papiertje gekomen. Misschien kunt u ons helpen, er staat het volgende op" ...