Terug naar gedichten
Opening van nieuwbouw
Ik ben bij de opening van een nieuw gebouw. We zitten op het strand te kijken naar wat er gaat komen. Jongens zitten op gekeurde kleedjes. Een paar mensen zijn in het publiek met aardgas aan het spuiten. Ik weet niet wat er gaat komen, maar vind dit maar eng. Dan wordt het aardgas aangestoken. Het wordt een klein beetje warmer, en dan is het heel erg snel ontzettend koud. Een origineel begin, we klappen en juichen. Er gaat nog iemand naar een stoel dat midden in de kring staat die wij maken.
Ik zie het gebouw waar het eigenlijk allemaal om gaat. Het is een gebouw met veel glas, en veel moderne dingen. Het is een nieuwe school waar ik wel graag les wil krijgen. Ik vlieg naar het gebouw toe om het van dichtbij te bekijken. Aan de binnenkant is alles nog nieuw. Door het vele glas is er veel ruimtelijk effect gecreëerd. Eén stuk van glas vind ik erg mooi, omdat het golven voorstellen. Ik probeer dit van zoveel mogelijk kanten te bekijken. Dit is echt ontzettend mooi. Ik loop terug en zie een loket voor het afhalen van de koffie. Op de vloer zitten koffievlekken. Dit vind ik logisch, maar erg slordig. Ik loop verder en ga door een deur. Achter de deur is het gebouw plotseling erg smerig. De ramen zijn erg troebel. Mos groeit op de wanden. Een lange trap langs de muur leidt naar beneden. Door het raam kijk ik nog naar buiten, de mensen zitten nog bij het feest van de opening. De trap komt uit in een grote hal. Hier is het iets donkerder. Ik weet niet wanneer ik besefte dat ik droomde, maar ik kom met het idee om weer op zoek te gaan. Een paar mensen zitten in een groot bad, en daar loop ik naar toe. Ik weet dat ze mij niet kunnen helpen. Dan hoor ik voetstappen. Er komt iemand aangelopen. Die kan mij misschien wel helpen. Een grote zware deur gaat open, en een oude vrouw komt te voorschijn. Ik stel mij aan haar voor. Zij zegt ook haar naam. Ik vraag of zij dat nog een keer wil herhalen, en dat doet ze. Toch ben ik de naam weer vergeten. "Ik heb iets interessants", zegt ze tegen mij. Ik volg haar, want ik wil dat wel zien. Ze laat mij een gekleurd stukje borduur werk zien. "Ik wou er een kussen van maken", zegt de vrouw: "Ik had groenen lappen stof. Ik gaf ze aan de jongens (ik weet bij de opening), en krijg deze gekleurde stukken stof terug". Ik weet niet wat ik hier mee moet, en dan word ik wakker.