Terug naar gedichten

Mijn Klein Duimpje

Sprookje beginnen met er was eens...
Ook dit van: mijn Klein Duimpje begon zo.
Een manneke zo klein: als een duim groot?
Hoe kan dat nou?
Doch in de fantasie, kan en mag alles.
Toch verloor Klein Duimpje, die al in een donker en groot woud woonde er op een dag, zijn weg.
Hij kon wel op zijn duim fluiten.
Niets gebaat.
Kan je denken?
Een ventje als een duim-klein, hoe groot zou zijn duimpje dan nog zijn?
Voor hij van huis vertrokken was, had hij nochtans de situatie al onder de duim gehad.
Hij wist dat gij de weg niet al op zn duimpje kende en had dus iets al uit zijn duim gezogen.
Dit wil zeggen: hij had er iets op verzonnen.
Hij had een zak vol broodkruimels meegenomen en die kruimels n per n laten vallen, al naar gelang hij verder liep.
Zo zou hij de terugweg gemakkelijk weervinden.
Maar, waar hij niet aan gedacht had, waren de hongerige vogeltjes.
Die aten de kruimels op en waren gaan vliegen.
Aan de rechterhand stond zijn duim links en aan de linker hand stond zijn linkerduim.
Hoe kan je dan nog wijs worden, het klonk allemaal zo links?

Wees gerust.
Zoals in alle oude sprookjes, was het: einde goed, alles goed.
In tegenstelling met onze moderne sprookjes.
Je zult het aan de hand ondervinden, indien je in sprookjes gelooft.
Want nu begint mijn verhaal.
Dit was nog maar de inleiding er van.



Mijn naam is: klein teentje.
Je hebt het al geraden: de broer van Klein Duimpje.
De jongere broer.
Veel moderner, ook veel kleiner.
Daarmee zien we nu alles veel groter ook.
Spijtig h?
Hadden ze mij nu nog Grote Teen genoemd.
Daar zit mensens evenwicht in en ware ik als een tweelingsbroer geschapen.
Maar neen: het noodlot wilde het anders.
Als Kleine Teen, had ik dan nog lange tenen.
Dit wil zeggen dat ik vlug gekrenkt was.
Maar verdorie: ik werd almaar door op de tenen getrapt ook.



Door deze lichamelijke kwaal, mn abnormaal fysiek voor dokterstaal, zocht ik geestelijke troost.
Mijn broer: Klein Duimpje, veel groter dan ik , zou het voor mij wel opnemen.
Of waren we slechts halfbroers?

Wie weet, het eind zou het uitwijzen.
Daarbij tegenwoordig heb je beter vrienden aan vreemden, dan aan je eigen familie.
Toch trok ik zijn schoentjes aan, al waren die wat te groot voor mij.
Ze pasten echter beter in zijn nagelaten voetsporen.



Die te grote schoenen waren niet het enige probleem.
Daarbij problemen die zijn er om opgelost te worden.



Hoe zou ik noch eens zo klein als hij, die broodkruimeltjes meedragen?
In de schoenen?
Ja om de plaats te vullen die ik er te over had.
Maar die konden er niet in.
Dan maar iets anders bedacht.



Het oude had bewezen niet te deugen.



Dus maar iet nieuws proberen, om toch maar het oude op te zoeken.
Nieuwe deegwaren, die langer bewaren en de energie niet sparen.
Macaroni in stukjes?
Iets heel klein, zoals vermicelli.
Dan nog zo iets wat vogels als kiekens niet eten, tenzij geleerde kiekens.
Vermicelli met al de lettertjes van het alfabet.
Alfa en Bet, iriseren wellicht Vlaanderen, maar die

vermicelli in de schoenen gestoken...?
Mn voetjes waren ook met de kleuren van de regenboog verschoten.
Bij mn vertrek juichte ik: Z.A. (zie aldaar).
Met mn terugkomst A.Z.(academisch ziekenhuis).



De alfa en omega reis begon.
A liet ik als eerste der bekende grootheden vallen.
Niet denkend, dat ik Klein Teentje bij het zoeken naar broer

Duimpje de DT in vervoeging bracht.
De misserie begon en toen ik nog te weten kwam een tweelingsbroer Duimpje te bezitten, vervloekte ik mn zoektocht.



De familie was nu voltallig, doch ik als laatste.
DDT, wat een vergif.
Zowel letterkundig als figuurlijk.
Dan nog wat een onbedachtzaamheid van mij.
We zaten door al die luchtvervuiling, volledig al in het regen seizoen.
Zwellen dat die onnatuurlijke letters deden en zonder samenhang.
Maar het was natuurlijk maar een sprookje.



Siro Germon

13-09-2004

Siro Germon

Geregistreerd op:
15 augustus 2004

Initiatief van:

  Bernadette
  Claasje
  helendevink
  Inge *
  Pauline
  Sander

Zelf gedichten insturen kan op:

Gedichtenlog.nl