Terug naar gedichten
Angelous
Angelous
Winter. Een huis in de buitenwijken van Kentucki.
Overal sneeuw, ijs op opritten, en stilte.
Zondag 22.00 u. Een huis zoals zovelen.
De maan scheen met vrede de dag uit.
Het huis rook naar warme chocomelk, de geur van pas ge opende
Cadeaus. Het schouwtje brande de kerstboom op.
Kerstdag 2. Het gestommel was verdiend uitgespeeld
Zoals de trapganger met het jommekeshaar.
Sellar was blij dat hij vandaag enige pret had gemaakt
en glunderde na van het feestje. Misschien kwam zijn wens wel uit...
Zijn moeder opende zijn kamerdeur waar in straatbord letters
"Sellar - door "
op preikte. Hij vlijtte zich neer in zijn pasgekregen lakens
en al nestelend in al die nieuwgekregen kussen hoorde
Hij een rustige piano deun in zijn hoofd.
Voor moeder het raam dichtdeed, het licht uitdeed
en haar zoon een nachtkus smakte vroeg die plots
op zijn eigen, schattige kindse magische avragende manier
"moeder geloof jij in engelen ?"
Moeder zette zich zacht naast haar zoon.
"Wel ik vind ze als elfjes..."
Buiten was alles stil en scheen enkel de kerstversiering noch
Het begon te sneeuwen.
"Ze zijn fabelachtig, dromig mooi en magisch eenvoudig...
Maar Ze Zijn Verzonnen, ze bestaan niet want ze zijn...
Te Hemels."
Stil moeder schrok van zoveel eerlijkheid
"Slaapwel Droom zacht Prins..."
KNIP.
alles was donker. Zou hij...Zou hij...Zou hij...
Het nog durven wensen...?
De piano deun hield op met spelen.
Buiten viel er gele sneeuw...
Vredig stil sloot de ogen.
Op dat moment viel er iets in de hof, storte er iets neer en klonk er een harde plof na een verblindende Lichtflits
Beneden, de gesloten deur werd opengebroken, IETs
misschien een inbreker, forceerde de keukendeur en liep in de benedengang, er klonk een trappen gestap, zou het zou het echt...?
De kelderdeur werd gesloten.
de jongen liep naar beneden, grote witte veren lagen als een
als een kruimel spoor in een pad vorm van de opengebroken deur tot de kelder deur.
Ze zweefde omhoog en bleven hangen in de lucht nadat ze gouden kleuren kregen.
ENGELEN VLEUGELS?
langzaam opende de jongen de deur van de kelder.
Was het dan toch uitgekomen...
Bestonden ze dan Toch?
...
Voor Overgebogen liep ik rond de put met het mammoet bot erin
naar de Argeologe,
Gestoor dopende ik haar poort.
Ik heb het stad Gehad...
(voorgedragen op de kunstbende in de arenberg 05, 4de plaaats)
Danke De Swerts